Maak je baby nieuwsgierig door zelf met het boekje te knisperen. Toon het en leg het in de handen van je baby zodat die het op eigen tempo zelf kan exploreren. Stimuleer je baby door geluiden te maken, te zingen en je baby zachtjes aan te raken. In het boekje staat geen tekst waardoor je zelf het verhaal kan verzinnen, in welke taal dan ook. Het zijn stuk voor stuk kriebeldiertjes, die zacht met hun pootjes of voelsprieten kunnen kriebelen: maak van je vingers een kriebeldiertje dat je laat vliegen over je baby, en telkens laat landen op een ander stukje van zijn lichaam dat je dan zachtjes kriebelt. Zing daarbij liedjes of zeg een versje op, zoals vb.
De vlinder fladdert op en neer (ga met je handen naar boven en beneden)
landt op je … (buik, neus, oor, …)
en fladdert weer!
Het rupsje kruipt – kriebel krabbel (maak van je handen een rupsje dat kruipt)
zoekt iets lekkers… - hm, knabbel knabbel (laat je hand knabbelen)
een stukje neus, een stukje arm, ….
kriebel, krabbel, knabbel!
Er was eens een klein spinnetje (laat je hand als een spinnetje naar beneden zakken)
dat kriebelt aan je kinnetje!
Dat kriebelt aan je … (ga zo heel het lichaam langs en benoem telkens het lichaamsdeel dat je kriebelt).
toen was het spinnetje moe
en kroop weer naar zijn webje toe.