Elke dubbele spread toont een andere setting in de natuur. Bekijk samen met je peuter wat er allemaal te zien en te horen is. Benoem uitgebreid wat je ziet en hoort: de meeuw rust uit op een rots, de roze kwal laat zich drijven op de golven, er drijven drie wolkjes in de lucht, aan de horizon vaart een groot schip, de krab kruipt over het strand, … Koppel er ook spelletjes aan: tel de rotsen, de armen van de zeester, de wolken in de lucht. Maak van je hand een krab die komt kriebelen. De kikkers kwaken aan de vijver: wat zouden ze zeggen? Kan je springen als een kikker? Zing het liedje van de kikkers en maak kwaakbewegingen met je hand:
De kikkertjes, de kikkertjes
zijn aardig om te zien.
Okwak-wak-wak, okwak-wak-wak
Okwak-Okwak-Okwak-wak-wak…
In ’t hoge gras, in ’t lage gras
daar springen zij in ‘t rond
Okwak-wak-wak, okwak-wak-wak
Okwak-Okwak-Okwak-wak-wak…
De eenden drijven mee op de stroom. Wat zien ze allemaal onderweg? Welke vogels hoor je in het bos? Wat doet de specht? Waar fladdert de vlinder heen? Trek zelf ook de natuur in en spreek al je zintuigen aan! Wat hoor je in het park? Wat ruik je? Wat zie je? Hoe voelt het gras, de schors van een boom? Verzamel wat schatten uit de natuur en ga daar samen mee knutselen: bijvoorbeeld een minibos voor de speelgoeddiertjes met takken en gras.